Retreat

Tranen prikten achter mijn ogen toen ik bij de voordeur stond. Mijn zicht werd vertroebeld door druppels regen die op de glazen van mijn bril neersloegen. Ik wist niet of het mijn tranen waren of de regendruppels die over mijn wangen rolden. Ach, wie houd ik voor de gek. Ik stond te janken. Als een klein kind dat net te horen had gekregen dat ze niet meer met haar favoriete speen naar bed mocht. Ik wist dat ik me aanstelde. Ik wist dat mijn tranen volledig onterecht waren, en dat ik niet verdriet maar juist blijdschap moest voelen. Ik moest energiek zijn, trots op wat ik op het punt stond te doen. Maar ik voelde me niet trots. Ik voelde me bang, nerveus, en spanning trok door mijn hele lichaam. Ik zwaaide met een flauw handje naar mijn vriend, die me vanuit zijn auto nog een bemoedigend knikje gaf. Snel duwde ik deur dicht en leunde met mijn voorhoofd tegen de deurpost terwijl ik de lucht die ik in mijn borst had vastgehouden door mijn getuite lippen liet ontsnappen. Ik kon dit.

Hashtag fail

Twee maanden voor jank-gate had ik voor de zoveelste keer een poging gedaan om aan mijn boek te werken. Het boek dat inmiddels al ruim drie jaar in mijn hoofd zat. Maar het lukte niet. Ik vond de discipline niet, werd afgeleid door alles wat leuker (lees: makkelijker) was. Deadlines op werk werden behaald, de was werd gedaan, de koelkast was gevuld, het huis gepoetst, de middagen op het terras die werden doorgetrokken tot de nacht hadden mijn aanwezigheid, alles werd gedaan. Alles, behalve die hoofdstukken die zich als een film steeds opnieuw afspeelden in mijn hoofd. Ik had zelfs een cursus Discipline gevolgd, in de hoop dat ik dan productiever zou worden, en hoewel ik een kei werd in planningen maken vond ik niet de rust om echt aan mijn boek te gaan werken. En dat vrat aan me. Ik was toch die schrijfster, die ooit eens voor de Cosmopolitan en andere bladen had geschreven, dat was mijn identiteit. Toch? Dat was wat mijn vriend, vriendinnen, familie en ook ik, trots aan iedereen verkondigde. Maar hoe langer dat boek op zich liet wachten, hoe meer ik aan mezelf begon te twijfelen. Misschien was schrijven toch niet voor mij weggelegd. Want als ik er zoveel energie uit haalde, dan moest het toch niet telkens weer zo’n strijd zijn om eraan te werken? Dan zou het toch vanzelf moeten gaan? Dan zou ik toch makkelijk een luie zondagmiddag moeten kunnen opofferen om wat hoofdstukken eruit knallen in plaats van Keeping Up with the Kardashians te binge watchen?

The Retreat

De gedachte dat het boek er misschien wel helemaal niet meer zou komen voelde als een enorme teleurstelling. Een teleurstelling die ik niet wilde voelen. Ik wilde het boek niet opgeven, maar ik had ook geen idee hoe het er dan wel zou komen. Tot mijn vriend me op een avond vroeg wat ik nodig had om mijn boek te kunnen schrijven. Ik vertelde hem dat ik rust nodig had. Minder afleiding. Ik vertelde hem dat het me heerlijk leek om gewoon, weg te gaan. Alleen. Naar een plek waar ik niet geteisterd zou worden door e-mails van klanten, deadlines, borrels, de stapel wasgoed. ‘Waarom, doe je dat dan niet? Gewoon, weggaan,’ vroeg hij. Ik snoof en kuchte wat ongemakkelijk. Zomaar weggaan. Dat ging toch niet? Ik opende mijn mond om een waslijst aan redenen op te noemen waarom het niet zou gaan, maar perste toen mijn lippen weer op elkaar. Er waren genoeg redenen om niet te gaan, maar geen enkele woog zwaarder dan wat ik ervoor terug zou krijgen als ik wel ging. De volgende dag nam ik een week verlof op, boekte ik een vakantiehuisje op de meest afgelegen (en saaiste) plek die ik me bedenken kon, Schin op Geul, en stond mijn schrijfretreat vast. Ik zou eindelijk aan dat boek gaan werken. Een week lang, alleen maar schrijven. Toen voelde ik me wel nog trots en energiek.

No pressure

Toegegeven, ik had niet moeten huilen toen ik afscheid van mijn vriend nam, maar dat ben ik. Ik huil wanneer ik iets spannend vind*. Want spannend vond ik het. Voor het eerst was ik alleen, echt alleen. En hoewel ik alleen in dat vakantiehuisje was, de druk die ik op mijn schouders voelde rusten vulde de hele ruimte. This is it, then. Ik had met mezelf afgesproken dat dit mijn laatste poging zou zijn. Dit zou het moment zijn waarop ik ging bewijzen dat ik het in me had om een week lang, alleen maar te schrijven. Smoesjes om het niet te doen waren er niet. Doodeng, dat ik het vond. Wat als ik zou falen? Wat als wat ik schreef nergens op zou slaan? Wat als zou blijken dat ik na een week, nog steeds niets uit mijn vingers had gekregen? Wat als, wat als, wat als? Met de achterkant van mijn hand veegde ik mijn tranen weg. Ik rechtte mijn schouders. Sprak mezelf streng toe, schudde de druk van me af en besloot niet meer te twijfelen. Deze week zou een succes worden. Hoe dan ook!

Vallen en opstaan

Dag één, crashte mijn laptop en deed het helemaal niets meer, waardoor ik de eerste acht hoofdstukken op het kleine scherm van mijn telefoon had moeten typen. Op dag twee kwam ik erachter dat mijn planning van vijf hoofdstukken per dag best ambitieus bleek te zijn en ik moest settelen voor twee tot drie hoofdstukken. Meer dan dat kreeg ik niet uit mijn vingers. Dit zorgde ervoor dat ik weer een hele nieuwe planning moest maken. Dag drie werd ik wakker onder de muggenbulten en vond ik een gigantische spin in mijn reiskoffer waar ik een paar uur van moest bijkomen (heerlijk, de natuur). Dag vier kreeg ik mijn laptop weer aan de praat. Bang dat het opnieuw mis zou gaan sloeg ik wat ik geschreven had op vier verschillende apparaten op. Dag vijf verbrandde ik in de zon. Op dag zes zag ik het niet meer zitten. Mijn inspiratie was op, maar ik wist dat ik de dag erna naar huis zou gaan dus dwong ik mezelf nog een dag te knallen. Ze zeggen niet voor niets de laatste loodjes wegen het zwaarst. Dag zeven huilde ik weer. Maar dit keer niet van spanning. Dit keer omdat ik ongelofelijk trots was op mezelf. Ondanks de ups-and-downs had ik in één week tijd meer geschreven dan in de afgelopen drie jaar. Ik sloot de week af met 51.000 woorden en was daarmee over de helft van mijn eerste boek. Ik huilde omdat ik niet naar huis wilde. Ik huilde omdat ik wist dat als ik nog een week was gebleven, de eerste versie van mijn boek af zou zijn geweest. Ik huilde omdat ik wist, dit was wat ik de rest van mijn leven wil doen.

 

The Black Sheep Indie

*Ik huil overigens ook wanneer ik iets heel leuk, grappig, lief, onaardig, gemeen, hartverwarmend of… Ik huil eigenlijk om alles.

  1. Reageer

    Heel mooi, Simone.
    Krijg de kriebels er ook een week tussenuit te knijpen 🙂

    1. Reageer

      Jaaaa zeker doen! Echt een aanrader, even lekker week alleen maar schrijven!

  2. Reageer

    Oh het lijkt of ik in een spiegel kijk. Ik heb al een jaar een verhaal in mijn hoofd dat er maar niet uit wil komen door afleiding. Wordt het dan toch een schrijfretreat?

    1. Reageer

      Hee Milou! Het is echt een aanrader! Vond het mega spannend, maar was daarna zo trots 🙂 het is echt heerlijk om zonder afleidingen een week (of langer) alleen maar te schrijven!

  3. Reageer

    Pfffff alsof ik mijn eigen verhaal lees…Ik worstel al 4 jaar met het idee een boek te schrijven. In mijn hoofd heb ik het verhaal al minstens 100 keer op papier gezet. De stukken tekst zweven regelmatig voor mijn ogen, de wens blijft aan me knagen, maar toch blijkt altijd iets anders belangrijker of de angst voor de werkelijke stap te groot. Mijn vriend doet ook verwoede pogingen mij te stimuleren. Misschien moet ik dit ook gaan doen! Dank je wel voor het deken van je verhaal! Groetjes, Meike

    1. Reageer

      Hee Meike, jaaa moet je zeker overwegen! Even off the grid zijn, geeft je echt die boost om verder te gaan! Het was mega spannend, maar ik zou het zo weer doen!

Plaats een reactie

Je email adres zal niet gepubliceerd worden.

You may use these HTML tags and attributes: <a href=""> <abbr> <acronym> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Contact

Bericht is verzonden